Een interview met Ab
Download PDFHet was 1973, ik kreeg pijn en jeuk met het plassen. De huisarts verrichtte urineonderzoek en zei meteen dat ik diabetes type II had. Ik was 46 jaar en kreeg pilletjes van de dokter. Die werkten prima en gaven me verder geen hinder. Maar omdat het langzaam erger werd, moest ik een paar jaar later naar de internist en die zei dat ik insuline moest gaan spuiten. Dan moet je je ineens aan allerlei eet- en leefregels gaan houden, want dan werkt de insuline het best.
In het ziekenhuis mocht ik op een sinaasappel oefenen hoe dat spuiten in zijn werk ging. Ik had het snel onder de knie. Ik heb af en toe een blauwe plek, maar verder heb ik er helemaal geen last van. Ik kon ook gewoon alles blijven doen. Toen ik in 1988 met de VUT ging, had ik verder geen problemen met mijn gezondheid. Als ik op tijd eet en spuit, is er niks aan de hand. Maar als mijn bloedsuiker eens een keer veel te laag is, ben ik moe, rillerig en zweterig. Ik voel dat altijd goed aankomen en neem dan meteen maatregelen. Het is nog nooit misgegaan. Gelukkig leef ik heel regelmatig. Ik eet om acht uur, twaalf uur en vijf uur. En zolang ik dat maar doe, kan ik ook gewoon mijn borreltje blijven drinken.
’s Avonds zit ik wel eens te hoog met mijn bloedsuikergehalte. Daar merk ik weinig van, dus dan moet ik oppassen en bijvoorbeeld geen zoetigheid gaan eten. Maar als ik met een iets te hoog bloedsuiker naar bed ga, is het de volgende ochtend gewoon weer op peil. Een heel enkele keer moet ik mezelf extra injecteren. Laatst bijvoorbeeld, want toen had ik 15,2. En het hoort natuurlijk onder de tien te zijn.
Ik gebruik ’s ochtend en ’s avonds een lang werkende insuline en ’s middags een snel werkende. Dat is een gemene hoor. Als je die spuit, moet je echt meteen gaan eten. Anders gaat je suikerspiegel heel snel omlaag en dan gaat het mis. En daar ben ik een beetje huiverig voor, dus daar let ik altijd heel goed op. Een tijdje geleden kreeg ik bij de apotheek een nieuwe spuit. Daarin kun je gewoon een vulpatroon met insuline doen, net als bij een vulpen. Dus nu hoef ik geen insuline meer uit een flesje op te zuigen.
Van lichamelijke klachten heb ik verder weinig last. Mijn ogen zijn nog best goed. Ik heb alleen een blaasje bij mijn rechteroog dat wat vocht afgeeft. Dat heeft wel met de diabetes te maken, maar het is onschuldig. Wel begint mijn doorbloeding nu een beetje terug te lopen. Als ik ’s avonds naar bed ga, voel ik dat mijn grote tenen pijn beginnen te doen. En ik heb tegenwoordig voor de warmte lange kousen aan, anders krijg ik kramp in mijn kuiten.
Een jaar of tien geleden kreeg ik pijn op mijn borst. Sinds die tijd heb ik een pacemaker. Inmiddels ben ik ook gedotterd. Maar dat heeft volgens mij allemaal niks met mijn diabetes te maken hoor. Ik ben gewoon een oude man aan het worden, ik ben al 81 tenslotte.
/images/shownoimg.gif
/images/shownoimg.gif
/images/shownoimg.gif

