Wat is trombose?

Trombose betekent dat bloedstolsels worden gevormd in de bloedvaten. Zo’n stolsel kan een bloedvat gedeeltelijk of zelfs helemaal afsluiten. Dit kan in elke ader of slagader gebeuren. Het bloed kan dan niet goed wegstromen, zodat het lichaamsdeel dik en pijnlijk wordt. We spreken van arteriële trombose als stolsels ontstaan in de bloedvaten die van het hart afgaan. De patiënt kan dan een hartinfarct of herseninfarct krijgen. Het kan heel lang duren voordat de klontering van het bloed ontstaat. Ook de kwaliteit van de vaatwand speelt hier een rol bij. Maar als het gebeurt, zijn de gevolgen heel ernstig. Veel vaker ontstaan bloedstolsels in de vaten die naar het hart toe gaan. Dit noemen we veneuze trombose. Deze vorm van trombose kan lange tijd sluimerend aanwezig zijn. Patiënten kunnen zo een trombosebeen krijgen of een longembolie. Een trombosebeen ontstaat als zich bloedstolsel vormt in de diepe aderen die tussen de spieren van het been liggen. Deze zorgen ervoor dat het bloed wordt afgevoerd naar het hart. Als er in deze aderen een bloedstolsel zit, kan het bloed niet goed weg en zwelt het been op, is de huid strak gespannen, glanzend en rood en ontstaan spierklachten. Een longembolie is een afsluiting van een longslagader, waardoor een gedeelte van de long niet of slecht wordt voorzien van bloed.